ECLI:NL:RVS:2013:1368
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag wegens verdenking bezit en verspreiding kinderpornografie
Appellant verzocht om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van testmanager, welke door de staatssecretaris werd geweigerd vanwege een registratie in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) als verdachte van bezit en verspreiding van kinderpornografie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de onbeperkte terugkijktermijn voor zedendelicten in de beleidsregels objectief gerechtvaardigd is en niet in strijd met artikel 14 EVRM Pro. Tevens oordeelde de Afdeling dat het objectieve criterium van de beleidsregels juist is toegepast, waarbij het risico van misbruik van systemen door appellant in zijn functie relevant is, ondanks dat het strafbare feit buiten de functie is gepleegd.
Appellants beroep op het subjectieve criterium faalde omdat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico zwaarder weegt dan zijn belang bij afgifte van de VOG, mede gezien het korte tijdsverloop en de ernst van het delict. Ook het beroep op schending van het recht op privacy en het recht op zelfstandig levensonderhoud werd verworpen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.