ECLI:NL:RBROT:2021:4414
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boetes wegens onvoldoende afdekken slachtafval en overschrijding redelijke termijn
Eiseres kreeg twee boetes van elk €2.500 opgelegd door de minister van Landbouw wegens het niet afdekken van dierlijke bijproducten op haar bedrijf, in strijd met artikel 17 van Pro Verordening 142/2011 en de Wet dieren. De overtredingen betroffen onafgedekte dolavs met categorie 1 en categorie 3 materiaal waarop meeuwen aten, wat risico’s voor volks- en diergezondheid opleverde.
Eiseres erkende de feiten maar betwistte de verwijtbaarheid en stelde dat de boetes onredelijk waren, mede door een storing bij een extern bedrijf en het ontbreken van gezondheidsrisico’s. De rechtbank oordeelde dat eiseres verantwoordelijk was voor het afdekken van de kleine containers en dat de boetes passend waren gezien de ernst van de overtredingen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de uitspraak was overschreden met ongeveer 13 maanden, geheel toe te rekenen aan de rechterlijke fase. Daarom matigde de rechtbank de boetes met 15% tot €2.125 per boetezaak, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boetes betrof, en herroept de primaire besluiten. Tevens werd eiseres het griffierecht en proceskosten toegekend, te dragen door de Staat.
Uitkomst: De rechtbank matigt de boetes tot €2.125 wegens overschrijding van de redelijke termijn en vernietigt het bestreden besluit voor zover de boetes betreft.