ECLI:NL:RBROT:2021:4788
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid kredietovereenkomst wegens niet-naleving kredietwaardigheidstoets en terugbetaling onverschuldigde betaling
De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin Kedin Consumenten Financieringen B.V. een vordering instelde tegen gedaagde, die niet in het geding verscheen. De vordering betrof betaling van €113,85 vermeerderd met wettelijke rente. De rechter verleende verstek en onderzocht ambtshalve de rechtmatigheid van de vordering, mede vanwege mogelijke consumentenbeschermende bepalingen.
De overeenkomst tussen partijen was na 31 december 2016 gesloten en viel daarmee onder titel 7:2A BW en de Wet op het financieel toezicht (Wft). De kredietgever is verplicht een kredietwaardigheidstoets uit te voeren om overkreditering te voorkomen. Kedin stelde deze toets te hebben uitgevoerd, maar leverde geen bewijsstukken aan. De rechter concludeerde dat de toets niet was nageleefd, waardoor de overeenkomst nietig is op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro.
Omdat Kedin toch een geldbedrag aan gedaagde had verstrekt, was sprake van een onverschuldigde betaling die op grond van artikel 6:203 BW Pro moet worden terugbetaald. Na verrekening resteerde een bedrag van €113,85 dat gedaagde moest terugbetalen. De gevorderde wettelijke rente werd afgewezen. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €113,85 wegens onverschuldigde betaling; kredietovereenkomst is nietig.