Eiser heeft een boete van €500 opgelegd gekregen wegens het niet tijdig voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Hij voerde aan dat medische klachten, stress door een echtscheiding en huiselijk geweld hem belemmerden om tijdig te slagen voor de examens. Tevens stelde hij de vooraankondiging van de termijnoverschrijding niet te hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om de verwijtbaarheid van de overschrijding weg te nemen. De medische stukken waren niet specifiek genoeg en eiser heeft nagelaten aanvullende informatie te verstrekken of toestemming te geven voor het opvragen daarvan. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de vooraankondiging niet is ontvangen of dat hij daardoor benadeeld is.
Verweerder heeft de boete gematigd van €1250 naar €500 omdat eiser drie examenonderdelen wel binnen de termijn heeft behaald. De rechtbank vindt dat dit beleid juist is toegepast en dat de persoonlijke omstandigheden van eiser geen aanleiding geven tot verdere matiging.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.