ECLI:NL:RBROT:2021:4831
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor chauffeurskaart wegens justitiële antecedenten
Eiseres heeft op 9 maart 2020 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor het verkrijgen van een chauffeurskaart. De Minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag afgewezen op grond van drie strafbare feiten die binnen de terugkijktermijn van vijf jaar vallen, waaronder een veroordeling wegens witwassen op 7 februari 2020.
De rechtbank oordeelt dat de Minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij de strafbare feiten, ook de strafbeschikkingen, een risico vormen voor de behoorlijke uitoefening van de functie van taxichauffeur. Het beroep van eiseres dat zij alleen met elektronisch betaalverkeer zal omgaan, leidt niet tot een ander oordeel.
Ook het subjectieve criterium is volgens de rechtbank terecht toegepast. De belangen van eiseres wegen niet zwaarder dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het vastgestelde risico. Het feit dat eerder VOG's werden afgegeven, doet hieraan niet af omdat de omstandigheden toen anders waren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag voor een chauffeurskaart wordt ongegrond verklaard.