Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt met de ziekte van Alzheimer in een geregistreerde accommodatie. De aanvraag werd te laat ingediend, wat door de rechtbank ambtshalve werd vastgesteld, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid of sancties vanwege het ontbreken van wettelijke sancties voor termijnoverschrijding.
De advocaat van de cliënt voerde aan dat de medische verklaring verouderd was, maar de rechtbank stelde vast dat de verklaring, ondanks de datum van 25 februari 2021, actueel inzicht gaf in de situatie van de cliënt. Dit werd bevestigd door behandelaren tijdens de mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar psychogeriatrische aandoening, waaronder prikkelbaarheid, agressie, cognitieve stoornissen en afhankelijkheid van 24-uurs zorg. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Ondanks het verzet van de cliënt is opname noodzakelijk om ernstig nadeel te voorkomen.
De machtiging wordt toegekend voor een termijn van bijna vijf jaar, tot en met 30 april 2026, waarbij de termijnoverschrijding in mindering is gebracht op de duur van de machtiging. De beschikking is op 17 mei 2021 mondeling gegeven en op 26 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt.