ECLI:NL:RBROT:2021:4948
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde galerijwoning met parkeerplaats in Rotterdam
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een galerijwoning met lift en eigen parkeerplaats te Rotterdam, vastgesteld op 1 januari 2018. De gemeente Rotterdam had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €330.000, maar na bezwaar verlaagd naar €311.000. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de juiste waarde €272.000 bedraagt.
De rechtbank toetst of de gemeente de waarde te hoog heeft vastgesteld. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd met vergelijkingsobjecten die qua ligging, type, bouwjaar, inhoud, oppervlakte en onderhoudstoestand goed vergelijkbaar zijn. De m³-prijs van de onroerende zaak ligt lager dan het gemiddelde van de vergelijkingsobjecten, wat de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde ondersteunt.
Eiser beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en wijst op twee vergelijkbare woningen in hetzelfde complex met lagere WOZ-waarden, waarvan één zonder parkeerplaats. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van identieke gevallen vanwege het verschil in aanwezigheid van een parkeerplaats, waardoor de meerderheidsregel niet is geschonden.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat verwijst naar een later vastgestelde WOZ-waarde, omdat elke waardebepaling voor een belastingjaar op zichzelf staat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 wordt ongegrond verklaard.