ECLI:NL:RBROT:2021:5342
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen hoogte vergoeding eigen bijdrage kinderopvang op grond van peildatum
Eiseres ontving een vergoeding voor de eigen bijdrage kinderopvang op basis van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO, waarbij de hoogte van de vergoeding werd berekend op basis van gegevens bekend op 6 april 2020. Eiseres stelde dat zij recht had op een hogere vergoeding omdat zij meer uren kinderopvang had afgenomen dan op die peildatum bekend was en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en het feit dat voor andere groepen een andere peildatum gold.
De rechtbank oordeelde dat de peildatum van 6 april 2020 rechtstreeks uit de regeling voortvloeit en dat het niet aan de rechter is om de groep rechthebbenden uit te breiden of de peildatum te verschuiven. Dit vraagt om een politiek-bestuurlijke afweging. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezeggingen waren gedaan zonder peildatum of met volledige vergoeding ongeacht doorgegeven uren.
Ook het bezwaar dat eiseres niet is gehoord in bezwaar werd verworpen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en er geen twijfel bestond over de uitkomst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de vergoeding eigen bijdrage kinderopvang wordt ongegrond verklaard vanwege de vaste peildatum in de regeling.