Eiseres, een politieaspirant, heeft tijdens haar opleiding een onregelmatigheid begaan door een aangepast werkstuk van een ander in te dienen zonder bronvermelding en hierover te liegen. De examencommissie stelde maatregelen vast, waaronder het opnieuw uitvoeren van het examen en opschorting van de opleiding.
Verweerder, de korpschef van politie, besloot tot tussentijdige beëindiging van de tijdelijke aanstelling van eiseres wegens het niet voldoen aan de geschiktheidseisen. Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onvoldoende gemotiveerd en disproportioneel, mede gelet op haar jeugdige leeftijd en het feit dat zij de overtreding uiteindelijk had opgebiecht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit zorgvuldig heeft voorbereid, voldoende belangen heeft afgewogen en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld. De overtreding en het liegen daarover zijn voldoende zwaarwegend om tot ontslag over te gaan. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.