ECLI:NL:CRVB:2018:2913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruik van in het buitenland verkregen bewijs toegestaan in bestuursrechtelijke bijstandzaak
Appellanten ontvingen bijstand ingevolge de WWB en AIO-aanvulling. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat appellant onroerend goed in Turkije bezit, wat niet was gemeld aan het college. Het college startte een onderzoek en trok de bijstand in, met terugvordering van de uitkeringen.
Appellanten voerden aan dat het gebruik van de Turkse onderzoeksgegevens onrechtmatig was, onder meer vanwege discriminatie en schending van privacyrechten volgens het EVRM. Ook werd aangevoerd dat appellant niet was geïnformeerd over strafrechtelijke consequenties tijdens het onderzoek.
De Raad oordeelde dat het bewijs niet strafrechtelijk onrechtmatig was verkregen en dat het college het bewijs mocht gebruiken, tenzij het bewijs op een wijze was verkregen die zozeer indruist tegen behoorlijk bestuur dat uitsluiting geboden is. Dit was niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde dat het gebruik van het bewijs niet in strijd was met het EVRM of het Nederlandse recht. Ook was het niet vereist appellant te informeren als verdachte in strafrechtelijke zin.
Verder konden appellanten niet aannemelijk maken dat zij niet beschikten over de onroerende zaken in de relevante periode. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellanten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.