Partijen, ex-partners, zijn in geschil over diverse betalingen die betrekking hebben op een private leaseauto, verkeersboetes, leningen en overige kosten. Tijdens de relatie sloot eiseres een private leasecontract; gedaagde gebruikte de auto enige tijd na het uit elkaar gaan van partijen.
Eiseres vordert betaling van een hoofdsom van ruim €22.000, vermeerderd met rente en incassokosten. Gedaagde betwist de hoogte en de verschuldigdheid van diverse onderdelen van de vordering, onder meer omdat hij geen terugbetalingsafspraken heeft gemaakt en omdat hij een deel van de boetes betwist.
De kantonrechter beoordeelt per onderdeel de bewijsvoering en de onderbouwing. Verschillende gedeelten van de vordering worden toegewezen, zoals de verkeersboetes die gedaagde veroorzaakte en de leasetermijnen waarvoor partijen afspraken hadden. Andere onderdelen, zoals leningen en bepaalde kosten, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van €13.198,06 plus wettelijke rente vanaf 29 mei 2020. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen vanwege niet-naleving van wettelijke vereisten. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.