Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, waarbij 46,59% van de totale schuldenlast wordt betaald tegen finale kwijting. Van de 28 schuldeisers stemden 24 in met het akkoord, terwijl het CAK, Delta Fibre en de Volksbank dit weigerden. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was gezien het belang van alle partijen.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers hun maximale afloscapaciteit hebben aangetoond, mede gebaseerd op een Wajong-uitkering en een fulltime dienstverband. Na een herberekening steeg de afloscapaciteit naar €459,05 per maand, wat een prognosepercentage van 52,77% opleverde. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd.
De belangen van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers wogen zwaarder dan die van de weigerende schuldeisers. De rechtbank wees het verzoek toe om de drie schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling en wees het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. De kosten van de procedure werden aan de zijde van verzoekers op nihil gesteld.