ECLI:NL:RBROT:2021:5858

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2021
Publicatiedatum
23 juni 2021
Zaaknummer
9067777 CV EXPL 21-8765
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallige premie zorgverzekering en incassokosten toegewezen

Zilveren Kruis vordert betaling van een achterstallige premie van €174,42 plus wettelijke rente en incassokosten van de gedaagde, die een zorgverzekeringsovereenkomst met Zilveren Kruis heeft. De gedaagde betwist de achterstand en stelt dat automatische incasso plaatsvond en dat de aanmaning niet op zijn juiste adres is ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat de gedaagde niet voldoende bewijs heeft geleverd van betaling en dat zijn betwisting van ontvangst van de aanmaning onvoldoende gemotiveerd is. Zilveren Kruis heeft aannemelijk gemaakt dat de aanmaning correct is verzonden naar het adres dat bekend was bij de gemeente.

Daarom wordt de vordering tot betaling van de premie, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9067777 CV EXPL 21-8765
uitspraak: 11 juni 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 25 februari 2021, met bijlagen;
het antwoord van [gedaagde] ;
het tussenvonnis van 29 maart 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
de aanvullende bijlagen van Zilveren Kruis van 26 april 2021;
de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 mei 2021 overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven.
Hoewel behoorlijk opgeroepen is [gedaagde] niet op de mondelinge behandeling verschenen.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.1
[gedaagde] is met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Uit hoofde van deze overeenkomst is [gedaagde] periodiek bij vooruitbetaling een premie verschuldigd.

3..Het geschil

3.1
Zilveren Kruis vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 174,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 125,45, vanaf 25 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Zilveren Kruis legt aan haar vordering tot betaling van de premie nakoming van de betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit de zorgverzekeringsovereenkomst(en), ten grondslag. Omdat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting moet hij de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen, aldus Zilveren Kruis.
3.3
[gedaagde] verweert zich door te stellen dat er geen achterstand is, omdat alles automatisch wordt geïncasseerd. Daarnaast betwist [gedaagde] de aanmaning van Zilveren Kruis te hebben ontvangen en stelt hij niet op het adres [adres 1] , maar op het adres [adres 2] te wonen.

4..De beoordeling

4.1
Tussen partijen is sprake van een zorgverzekeringsovereenkomst. Zilveren Kruis stelt dat [gedaagde] een achterstand in de betaling van de verschuldigde premies van € 125,45 heeft laten ontstaan. [gedaagde] betwist niet dat hij een dergelijke premie verschuldigd is, zodat de vordering in beginsel toewijsbaar is. [gedaagde] verweert zich echter door te stellen dat hij betaald heeft middels automatische incasso, maar laat na enige stukken te overleggen waaruit een dergelijke betaling blijkt. [gedaagde] laat tevens na andere feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit enige betaling van het bedrag blijkt. Het verweer zal daarom als onvoldoende gemotiveerd worden verworpen.
4.2
De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.
4.3
Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen. Hij woont op de [adres 2] , aldus [gedaagde] . Zilveren Kruis heeft echter recht op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten zodra zij [gedaagde] heeft aangemaand om het verschuldigde bedrag binnen 15 dagen na de dag van ontvangst van de aanmaning alsnog te betalen. [1] Zilveren Kruis stelt gemotiveerd dat zij de veertiendagenbrief heeft verzonden aan het juiste adres op dat moment conform de Gemeentelijke Basisadministratie en dat zij bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden er van uit mag gaan dat de veertiendagenbrief [gedaagde] heeft bereikt. [gedaagde] laat na hier ter zitting nader op te reageren, zodat zijn betwisting als onvoldoende gemotiveerd zal worden afgewezen. Nu is vast komen te staan dat Zilveren Kruis [gedaagde] middels een veertiendagenbrief heeft aangemaand, is aan bovenvermelde voorwaarde dan ook voldaan. De hoogte van de gevorderde vergoeding komt overeen met de daarvoor vastgestelde tarieven, zodat ook dit bedrag zal worden toegewezen.
4.4
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
4.5
Dit vonnis wordt zoals Zilveren Kruis vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat [gedaagde] aan de veroordelingen moeten voldoen en dat hij de aan Zilveren Kruis toegekende vergoeding moet betalen aan [gedaagde] , ook als, voor zover dat mogelijk is, in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 174,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over een bedrag van € 125,45, vanaf 25 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 126,- aan griffierecht, € 108,22 aan dagvaardingskosten en € 74,- (2 punten x € 37,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44236

Voetnoten

1.HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.