Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de door [eiser] toegezonden nadere producties;
- de door partijen toegezonden pleitaantekeningen.
2..De feiten
(…)”
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad op 22 maart 2021 in dienst bij AmSpec B.V. als Accountmanager Bio Fuels. In de arbeidsovereenkomst waren onder meer een geheimhoudings-, concurrentie- en relatiebeding opgenomen. De werknemer heeft zijn dienstverband opgezegd per 1 juni 2021 en wilde bij een directe concurrent in dienst treden. Hij verzocht AmSpec om toestemming voor deze overstap, maar AmSpec hield vast aan het concurrentiebeding.
In kort geding vorderde de werknemer primair schorsing van het concurrentiebeding en subsidiair een vergoeding voor de periode dat hij aan het beding zou worden gehouden. De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding geldig is overeengekomen en dat de werknemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onbillijk wordt benadeeld door handhaving van het beding.
De stellingen over ernstig verwijtbaar handelen door AmSpec en een vermeende toezegging dat het beding niet zou worden gehandhaafd, werden verworpen. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van AmSpec bij handhaving van het beding zwaarder weegt dan het belang van de werknemer bij schorsing. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van het concurrentiebeding en betaling van vergoeding worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.