Uitspraak
Rechtbank RotterdaM
1..Algemeen
2..Beslissingen ten aanzien van de voorlopige hechtenis
opheffingvan de voorlopige hechtenis.
schorsen. De rechtbank heeft bij beslissing van 22 juni 2021 de voorlopige hechtenis van deze verdachten geschorst met ingang van 24 juni 2021 om 12.00 uur.
3..Beslissingen ten aanzien van de onderzoekswensen
resultatenvan dit buitenlandse onderzoek in de strafzaak
gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op het recht op een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Dat er sprake is geweest van een nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Nederland op basis van de JIT-overeenkomst is evident en wordt ook niet door het Openbaar Ministerie ontkend. Dit gegeven maakt echter niet dat er sprake is van het verschuiven van de verantwoordelijkheid van het opsporingsonderzoek.
opsporingsambtenarende interceptietool (mede) hebben ontwikkeld, wordt door het Openbaar Ministerie in de brief van 24 maart 2021 expliciet ontkend. De rechtbank heeft op dit moment geen reden te twijfelen aan wat het Openbaar Ministerie hierover zegt. Los daarvan is niet gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat een eventueel Nederlandse (technische) inbreng bij het ontwikkelen van de tool tot gevolg moet hebben dat de verantwoordelijkheid voor de toepassing ervan in het Franse opsporingsonderzoek (ook) in Nederland komt te liggen.
verwerkenvan die gegevens ten behoeve van Nederlandse strafrechtelijke onderzoeken naar de individuele gebruikers van Encrochat , als een toets ‘ten overvloede’ moet worden gezien en daarmee niet relevant kan zijn voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Mede gelet op de door de verdediging aangehaalde verdragsrechtelijke verplichtingen bij het verwerken van persoonsgegevens, kan de rechtbank op dit moment niet uitsluiten dat de machtigingen van de rechter-commissaris relevant kunnen/zullen zijn bij de uiteindelijke inhoudelijke beoordeling van de strafzaak.
wijstdaarom
vooralsnog afde verzoeken tot:
nietvan toepassing is op de activiteiten van de staat op strafrechtelijk gebied. Uit het arrest van het Hof van 6 oktober 2020 (La Quadrature du Net) volgt dat er bij de uitleg van deze richtlijnbepaling een onderscheid moet worden gemaakt naar de persoon die de gegevensverwerking uitvoerde. Het Hof legt uit dat “elke verwerking van persoonsgegevens door aanbieders van elektronische communicatie binnen de werkingssfeer van de richtlijn valt, inclusief de verwerking die het gevolg is van door de overheid aan die aanbieders opgelegde verplichtingen.” Het Hof vervolgt in dat arrest: “Wanneer de lidstaten daarentegen rechtstreeks maatregelen toepassen die inbreuk maken op het beginsel van vertrouwelijkheid van elektronische communicatie, zonder dat zij verwerkingsverplichtingen opleggen aan aanbieders van elektronische communicatiediensten, wordt de bescherming van de gegevens van de betrokken personen niet beheerst door Richtlijn 2002/58, maar uitsluitend door nationaal recht, behoudens de toepassing van richtlijn 2016/680 (...), wat betekent dat de betrokken maatregelen met name in overeenstemming moeten zijn met het nationale constitutionele recht en met de vereisten van het EVRM.” Nu bij de interceptie van de Encrochat -data niet is gebleken dat sprake is van een verwerking van persoonsgegevens door een elektronische communicatiedienst (het ‘bedrijf Encrochat ’ heeft immers geen data van Encrochat -gebruikers aan de Franse of Nederlandse autoriteiten verstrekt), maar van rechtstreekse interceptie van Encrochat -data door de Franse staat (buiten medeweten van het ‘bedrijf Encrochat ’ om) en van de (verdere) verwerking van die gegevens door de Nederlandse autoriteiten, is de rechtbank van oordeel dat deze activiteiten niet vallen onder de werkingssfeer van de Richtlijn 2002/58.
4..Aanvullende processen-verbaal
(in alle zaken)
- een aanvullend proces-verbaal met betrekking tot de (mate van) betrouwbaarheid van elk van de in het dossier opgenomen metingen die hebben geleid tot de in de betreffende processen-verbaal weergegeven conclusie dat in die gevallen het betreffende toestel zich “hoogstwaarschijnlijk” bevond op het in dat dossier aangegeven adres;
- een aanvullend proces-verbaal met nadere analyse resultaten “gelijk lopen” van normaal telefoontoestel en Encrochat toestel ten aanzien van een aantal koppels van telefoon/Encrochattoestel;
- een aanvullend proces-verbaal Encrochat : (A.) werking en (B.) de verwerking door de verbalisanten van bronmateriaal dat is overgedragen vanuit het onderzoek 26Lemont tot de weergegeven gesprekken in dossier.
5..Onderzoek NFI fotovergelijking (in de zaak [naam verdachte 13] )
6..BESLISSING
Ten aanzien van de onderzoekswensen:
zaak wordt verwezen naar de rechter-commissarisbelast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde de hierboven genoemde personen als getuigen te horen.
verwezen naar de rechter-commissarisbelast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde hiervoor een opdracht te geven aan een deskundige van het NFI.
opheffingvan de voorlopige hechtenis in de zaken van
[naam verdachte 1] ,
schorsingvan de voorlopige hechtenis in de zaken van
[naam verdachte 1] ,
[naam verdachte 12] , [naam verdachte 4] , [naam verdachte 9] , [naam verdachte 8] , [naam verdachte 7] , [naam verdachte 5] en [naam verdachte 13]worden bij beslissingen van de rechtbank van 29 juni 2021 gewijzigd, in die zin zoals vermeld in de deze beslissingen.
wijziging van de schorsingsvoorwaardenin de zaken
[naam verdachte 5] en [naam verdachte 8], inhoudende dat de verdachten binnen de Europese Unie mogen reizen worden afgewezen. Ook in de andere zaken heeft de rechtbank ambtshalve besloten dat de schorsingsvoorwaarden niet in die zin worden gewijzigd. De rechtbank acht het niet wenselijk dat de verdachten naar het buitenland kunnen afreizen en acht het van belang dat zij in Nederland zullen verblijven.