ECLI:NL:RBROT:2021:6149
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek politie
Eiser diende een informatieverzoek in bij de regiopolitie Rotterdam Rijnmond over politiegeweld, geweldsinstructies, privacy en bodycams, dat verweerder niet als Wob-verzoek beschouwde en niet in behandeling nam. Eiser maakte bezwaar en stelde verweerder in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing. Verweerder stelde dat het verzoek geen Wob-verzoek was en dat er dus geen sprake was van niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek wel een Wob-verzoek is en dus een aanvraag waarop verweerder moest beslissen. Het besluit van verweerder van 27 augustus 2020, waarin het verzoek niet in behandeling werd genomen, was echter tijdig genomen binnen de wettelijke termijn van vier weken. Hierdoor was er geen sprake van een fictief besluit.
Omdat het besluit tijdig was genomen, was het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Ook een later standpunt van eiser dat het beroep gericht zou zijn tegen een andere brief kon daaraan niets veranderen. De rechtbank wees ook op de termijnregels voor bezwaar en beroep en concludeerde dat het beroep prematuur zou zijn geweest als het op het bezwaar was gericht.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Veling op 29 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Wob-verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit tijdig is genomen.