Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2021 in de zaak tussen
[naam eiser 1], te [vestigingsplaats eiser 1], en
[naam hotel], te [vestigingsplaats eiser 2],
Rechtbank Rotterdam
Eisers kregen hun exploitatievergunningen en Drank- en Horecawetvergunningen ingetrokken door de burgemeester van Rotterdam wegens herhaaldelijke overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening en incidenten die het woon- en leefklimaat negatief beïnvloedden.
De overtredingen betroffen onder meer het exploiteren buiten de toegestane tijden, het ontbreken van een beheerder, het veroorzaken van geluidsoverlast en een ernstig geweldsincident. Ondanks waarschuwingen, bestuurlijke maatregelen en een last onder dwangsom bleven de overtredingen zich voordoen.
Eisers voerden aan dat de intrekking disproportioneel was en dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester voldoende beoordelingsruimte had en dat het intrekken van de vergunningen in overeenstemming was met het handhavingsbeleid, waaronder de Horecanota.
Ook werd geoordeeld dat het criterium van verlies van vertrouwen duidelijk en objectief was uitgewerkt en niet in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn. De rechtbank concludeerde dat de intrekking gerechtvaardigd was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunningen wordt ongegrond verklaard.