Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Stichting Havensteder,
Rechtbank Rotterdam
De huurder verhuurt sinds 1986 een sociale huurwoning van Stichting Havensteder. Havensteder vordert ontbinding en ontruiming omdat de huurder de woning sinds begin 2019 niet als hoofdverblijf gebruikt, wat volgens Havensteder een tekortkoming is in de zin van goed huurderschap.
Havensteder baseert dit op een verwaarloosde tuin, het niet reageren op huisbezoeken en brieven, een onbewoonbare indruk van de woning, en een laag nutsverbruik. De huurder betwist dit, verwijzend naar persoonlijke omstandigheden en verblijf in het buitenland door de coronacrisis, maar levert geen bewijs.
De rechtbank oordeelt dat de huurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning als hoofdverblijf gebruikte. Het belang van Havensteder bij een rechtvaardige verdeling van sociale huurwoningen weegt zwaarder dan het belang van de huurder. Daarom wordt de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen binnen een maand na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een maand.