Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief 1en
grief 2doel treffen.
grief 3terecht is voorgesteld.
Gerechtshof Amsterdam
Eigen Haard is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter dat haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte had afgewezen. De huurder, sinds 1986 woonachtig in een sociale huurwoning, verbleef sinds 2011 slechts incidenteel in de woning, voornamelijk vanwege medische behandelingen elders.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder weliswaar regelmatig in Tilburg verbleef, maar ook geregeld in de woning te [plaats], en dat zij de verantwoordelijkheid voor het gebruik droeg. Het hof stelt echter vast dat de huurder de woning slechts sporadisch gebruikt en niet de intentie heeft daadwerkelijk terug te keren, wat onvoldoende rekening houdt met het belang van Eigen Haard bij een rechtvaardige verdeling van schaarse sociale huurwoningen.
Het hof bevestigt dat het enkele niet of nauwelijks bewonen van een sociale huurwoning onder omstandigheden een schending van de verplichting tot goed huurderschap kan opleveren. Gezien de omstandigheden en het belang van Eigen Haard wordt de huurovereenkomst ontbonden en wordt de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten en terugbetaling van een voorschot aan Eigen Haard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming wegens schending van de verplichting tot goed huurderschap door niet-bewoning.