Auto Wüst B.V. voerde in september 2017 en februari 2018 reparatie- en onderhoudswerkzaamheden uit aan een Mercedes-Benz van Tinc B.V. Na afronding van de werkzaamheden stuurde Auto Wüst facturen die door Tinc onbetaald bleven. Tinc betwistte de vordering en stelde dat niet zij, maar een andere partij opdrachtgever was, mede omdat de auto op naam van die partij stond geregistreerd.
De kantonrechter stelde vast dat de werkbonnen, ondertekend door de directeur van Tinc, gelden als dwingend bewijs dat Tinc als opdrachtgever heeft gehandeld. Tegenbewijs werd door Tinc onvoldoende geleverd. Ook het feit dat de auto op naam van een andere partij stond geregistreerd, was niet relevant voor de vraag wie opdrachtgever was.
Auto Wüst had de facturen steeds aan Tinc gericht en correspondentie bevestigde dat Tinc als contractspartij werd beschouwd. Tinc had geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering. De kantonrechter wees de vordering van Auto Wüst toe tot een bedrag van € 6.316,67, vermeerderd met wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tinc werd veroordeeld in de proceskosten.