ECLI:NL:RBROT:2021:6606
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot teruggave van auto aan kredietgever na beslag in strafzaak witwassen
In deze zaak is beslag gelegd op een personenauto in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen de kredietnemer, verdachte van witwassen. De klaagster, een kredietgever, vordert teruggave van de auto op grond van een financial leaseovereenkomst waarin zij als juridische eigenaar wordt aangeduid.
De officier van justitie verzet zich tegen de teruggave en stelt dat de kredietnemer als rechthebbende moet worden beschouwd op grond van goederenrechtelijke bepalingen. De rechtbank benadrukt dat de procedure summier van aard is en niet bedoeld om civielrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties definitief te beslechten.
De rechtbank stelt vast dat de klaagster de koopsom grotendeels heeft voldaan en dat de kredietnemer nog een aanzienlijk bedrag verschuldigd is. Er is geen twijfel aan de integriteit van de klaagster en zij is niet verdachte in de strafzaak. Gelet op deze feiten acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de auto zal worden verbeurd verklaard.
Daarom is er geen strafvorderlijk belang dat zich verzet tegen teruggave van de auto aan de klaagster, die redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt. Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de auto wordt aan de klaagster teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank gelast teruggave van de auto aan de kredietgever omdat zij als rechthebbende wordt aangemerkt.