ECLI:NL:RBROT:2021:6623
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per datum in geding
Eiseres is sinds 4 oktober 2017 arbeidsongeschikt voor haar werk als rayonleidster. Verweerder heeft op 17 oktober 2019 haar aanvraag voor een WIA-uitkering afgewezen omdat zij volgens een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek in staat was om meer dan 65% van haar loon te verdienen. Na bezwaar en beroep heeft de verzekeringsarts de FML aangepast, maar de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres nog steeds geschikt was voor de geduide functies.
Eiseres stelde dat zij binnen drie maanden na de datum in geding (2 oktober 2019) volledig arbeidsongeschikt werd door een operatie op 6 december 2019, en dat zij daarom op de datum in geding al geen benutbare mogelijkheden had. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts op die datum niet kon weten dat een operatie zou volgen en dat de beoordeling moet plaatsvinden naar de situatie op de datum in geding.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres, oordeelde dat de functionele beperkingen correct waren vastgesteld en dat het verlies aan verdienvermogen 32,32% bedroeg, dus minder dan de vereiste 35% voor een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres op de datum in geding niet volledig arbeidsongeschikt was.