Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 maart 2021 uitspraak gedaan in de zaak betreffende de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege het niet nakomen van de verplichtingen uit de regeling, waaronder het verzwegen van een nieuw dienstverband en het niet afdragen van salaris aan de boedel.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat schuldenaar zijn salaris liet storten op zijn leefgeldrekening en dit uitgaf zonder aflossingen te verrichten, in strijd met de afspraken met de beschermingsbewindvoerder. Tevens bleek dat schuldenaar een baan had laten lopen omdat deze niet bij hem paste, wat de rechtbank als strijdig met de verplichtingen uit de regeling beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de boedelachterstand en nieuwe schulden voor het einde van de regeling konden worden voldaan. Gezien de eerdere verlenging en de geboden kans om tekortkomingen te herstellen, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub Pro c, d en e van de Faillissementswet.
Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast en benoemde zij een rechter-commissaris en curator. Er zal een postblokkade worden ingesteld en het faillissement van schuldenaar treedt in werking zodra de uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en verzwegen dienstverband.