Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
in casuniet het geval was.
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 9 juli 2021 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die eigendom van twee Duitse appartementsrechten verzweeg. De bewindvoerder stelde dat hierdoor nieuwe schulden aan de gemeente Goch waren ontstaan, die mogelijk verhaalbaar zijn op de appartementsrechten buiten de boedel om. De schuldenaar betwistte opzet en schuldeisersbenadeling en stelde dat de vorderingen mogelijk verjaard zijn.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van toerekenbare tekortkomingen, waaronder het niet nakomen van de informatie- en sollicitatieverplichting en het verzwijgen van eigendom, wat leidt tot nieuwe schulden. De verzwijging heeft schuldeisers benadeeld, en de nieuwe schulden kunnen niet worden gecompenseerd door eerdere overschrijding van sollicitatieverplichtingen.
De rechtbank concludeerde dat de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c, d en e Faillissementswet moet worden beëindigd. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast, sprak faillissement uit met ingang van het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde treedt, benoemde een rechter-commissaris en curator, en stelde een postblokkade in.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens verzwijging en nieuwe schulden en spreekt faillissement uit.