ECLI:NL:RBROT:2021:6966
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ernstig verstoorde arbeidsrelatie bij gemeente Rotterdam
Eiser was sinds 2007 in dienst bij de gemeente Rotterdam als Technisch Beheerder. Na jaren van terugkerende incidenten en een verstoorde arbeidsrelatie met collega’s en leidinggevenden, werd hij geschorst en onderzocht door externe bureaus. Deze concludeerden dat eiser een doorslaggevende rol had in de verstoorde verhoudingen door provocerend en grensoverschrijdend gedrag.
Verweerder verleende op 2 februari 2018 eervol ontslag op grond van artikel 96, eerste lid, van het Ambtenarenreglement Rotterdam, met een passende regeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat de arbeidsrelatie niet onherstelbaar was en dat herplaatsing mogelijk was, alsmede dat hij in zijn verdediging was belemmerd.
De rechtbank oordeelde dat de rapporten van de onderzoeksbureaus betrouwbaar waren en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in zijn verdediging was geschaad. Tevens was duidelijk dat herplaatsing binnen of buiten de organisatie niet mogelijk was en dat verdere inspanningen daartoe geen resultaat zouden opleveren. De vertrouwensbreuk was grotendeels aan eiser toe te schrijven.
Gelet op deze omstandigheden was het ontslagbesluit rechtmatig en kon voortzetting van het dienstverband niet van verweerder worden verlangd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie.