ECLI:NL:CRVB:2019:1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.J.T. van den Corput
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband wegens impasse in arbeidsrelatie na VWNW-traject
Appellante was sinds 2010 in vaste dienst bij de gemeente Zevenaar en werd in 2013 tijdelijk geplaatst in een andere functie. Na vaststelling van onvoldoende functioneren werd zij in 2015 boventallig verklaard en startte een Van-Werk-Naar-Werk-traject van 24 maanden. Gedurende dit traject werden diverse functies aangeboden, coachingstrajecten gevolgd en een detachering gerealiseerd, maar zonder succes.
Het college maakte in 2016 het voornemen tot ontslag wegens reorganisatie bekend, maar trok dit in omdat de functie niet was opgeheven. Vervolgens werd appellante in december 2016 eervol ontslag verleend op grond van artikel 8:8 van Pro de CAR/UWO wegens een impasse in de arbeidsrelatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht kon concluderen dat voortzetting van het dienstverband niet van hem kon worden verlangd, nu geen uitzicht bestond op herstel van een vruchtbare samenwerking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Ook was er geen overwegend aandeel van het college in het ontstaan van de impasse. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het eervol ontslag wordt bevestigd wegens een impasse in de arbeidsrelatie.