ECLI:NL:RBROT:2021:7057
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- M.G.L. de Vette
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie transitievergoeding bij beëindiging voor twee jaar ziekte
Eiseres verzocht vergoeding van de transitievergoeding die zij aan haar ex-werkneemster had betaald na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. De ex-werkneemster was sinds 2015 ziek en kreeg een IVA-uitkering met verkorte wachttijd toegekend. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd op 1 februari 2017, terwijl de periode van twee jaar ziekte, vereist voor compensatie, nog niet was verstreken.
Verweerder wees het verzoek af omdat de arbeidsovereenkomst voor het einde van het opzegverbod tijdens ziekte was geëindigd en de wettelijke voorwaarde van twee jaar ziekte niet was vervuld. Eiseres voerde aan dat de toekenning van de IVA-uitkering met verkorte wachttijd gelijkgesteld moest worden aan het verstrijken van twee jaar ziekte, maar de rechtbank oordeelde dat de wetstekst en de parlementaire geschiedenis dit niet ondersteunen.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die bevestigen dat een vroegtijdige beëindiging vanwege ernstige gezondheidssituaties geen aanleiding geeft om van de wettelijke tekst af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd voordat de vereiste periode van twee jaar ziekte was verstreken.