Uitspraak
OVERWEGINGEN
onderdelen a, b, c en d,wordt de werkloze werknemer aangemerkt als alleenstaande.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, geboren in 1950, ontving tot oktober 2009 een WW-uitkering en vroeg in mei 2013 een IOAW-uitkering aan. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen kende haar een IOAW-uitkering toe op grondslag van een echtpaar, waarbij rekening werd gehouden met het AOW-pensioen van haar echtgenoot. Betrokkene maakte bezwaar omdat zij meende recht te hebben op een uitkering op grondslag van een alleenstaande, aangezien haar echtgenoot AOW ontvangt.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat de letterlijke tekst van artikel 6 IOAW Pro voorschrijft dat zij als alleenstaande moet worden aangemerkt. Het college stelde hoger beroep in en voerde aan dat sprake is van een kennelijke misslag van de wetgever, waardoor de bedoeling van de wetgever boven de letterlijke tekst moet prevaleren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wetswijziging van 2013 technisch van aard was en niet bedoeld om de uitvoeringspraktijk te wijzigen. De letterlijke tekst leidt tot een onbedoeld voordeel voor betrokkene en haar echtgenoot, wat niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Daarom prevaleert de bedoeling van de wetgever boven de letterlijke tekst in dit geval. Betrokkene moet als gehuwde worden aangemerkt en heeft geen recht op een uitkering op grondslag van een alleenstaande of op schadevergoeding wegens te late betaling.
Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Het verzoek tot vergoeding van schade wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en betrokkene wordt terecht als gehuwde aangemerkt voor de IOAW-uitkering vanaf 1 juli 2013; het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.