Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 20 november 2020, met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord, met productie 1;
- het vonnis van 11 januari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van [eiseres] van 18 februari 2021, met producties 5 tot en met 8 ten behoeve van de mondelinge behandeling;
- de aantekeningen van de op 3 maart 2021 gehouden mondelinge behandeling.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..De beoordeling
5..De beslissing
- € 41.519,55, te vermeerderen met contractuele rente, te weten de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW plus twee procentpunt, over € 29.047,31 en met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over € 12.472,24 vanaf de vervaldata van de betreffende short lease respectievelijk private lease facturen tot aan de dag van algehele voldoening;
- € 4.357,10 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 1.082,85 aan verschotten;
- € 1.442,- aan salaris voor de gemachtigde;
- voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;