De rechtbank Rotterdam behandelde op 27 juli 2021 een verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag over zijn minderjarige dochter en uitbreiding van de omgangsregeling. De rechtbank verwees naar eerdere beschikking van 7 oktober 2020 en nam het advies van de Raad voor de Kinderbescherming over.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet mogelijk is vanwege een negatieve dynamiek tussen de ouders en het ontbreken van bereidheid tot verbetering, wat het welzijn van de minderjarige negatief beïnvloedt. De vader had aangegeven niet beschikbaar te zijn voor interventies vanwege werk en zijn huidige relatie.
De omgangsregeling werd gefaseerd uitgebreid: vanaf 1 oktober 2021 één weekend per veertien dagen en vanaf 1 april 2022 uitbreiding naar een weekend van vrijdag tot zondag en een week in de zomervakantie. De moeder had bezwaren vanwege het verleden van huiselijk geweld en de gezondheidsproblemen van het kind, maar de rechtbank vond geen reden om de omgang niet uit te breiden.
De onderhoudsbijdrage werd vastgesteld op €198 per maand vanaf 1 mei 2021 en €174 per maand vanaf 1 oktober 2021, rekening houdend met zorgkortingen. Tevens werd een informatie- en consultatieregeling toegewezen, waarbij de moeder de vader zal informeren over belangrijke zaken betreffende het kind.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen en het verzoek voor gezamenlijk gezag werd afgewezen.