ECLI:NL:RBROT:2021:7305

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
27 juli 2021
Zaaknummer
C/10/617821 / FA RK 21-3389
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 3 mei 2021 bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die zich vrijwillig had laten opnemen vanwege een verward toestandsbeeld.

Tijdens de mondelinge behandeling op 4 mei 2021, waarbij betrokkene en zijn advocaat via een videoverbinding werden gehoord, werd vastgesteld dat betrokkene een psychische stoornis heeft, mogelijk veroorzaakt door depressieve klachten en alcoholgebruik. Betrokkene ontkende agressief en suïcidaal gedrag en verzet zich tegen de opname, terwijl hij ambulante behandeling wenst voort te zetten.

De rechtbank concludeerde dat het uitgangspunt van de Wvggz is dat verplichte zorg het uiterste middel is en dat er geen sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor voortzetting van de crisismaatregel en werd het verzoek afgewezen.

De beschikking werd op 4 mei 2021 mondeling gegeven door rechter L.A.C. van Nifterick en op 10 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/617821 / FA RK 21-3389
Externe referentie: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 mei 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene],
thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 mei 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 1 mei 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 1 mei 2021;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 1 mei 2021;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 mei 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], verpleegkundig specialist, verbonden aan Yulius.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

Betrokkene is in eerste instantie vrijwillig opgenomen met een verward toestandsbeeld wat mogelijk veroorzaakt is door een toename van depressieve klachten in combinatie met alcoholgebruik. Vanwege oplopende agitatie en suïcidale uitingen is betrokkene gesloten geplaatst. Het vermoeden bestond dat er bij betrokkene sprake was van een onttrekkingsdelier. Betrokkene ontkende echter het alcoholgebruik maar weigerde een blaastest. Daarnaast ontkent betrokkene agressief en suïcidaal te zijn en verzet zich tegen de opname. Betrokkene heeft al ambulante behandeling in de thuissituatie en is voornemens deze voort te zetten en indien nodig uit te breiden.
Het uitgangspunt van de Wvggz is dat het stellen van verplichte zorg het uiterste middel is. Weliswaar is er bij betrokkene sprake van een psychische stoornis, maar de rechtbank is er niet van overtuigd dat er sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat voortvloeit uit de psychische stoornis. Er is daarom niet voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 4 mei 2021 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 10 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.