De rechtbank Rotterdam heeft op 7 juli 2021 uitspraak gedaan in de zaak tussen [persoon A] en EuroCollege Management School B.V. De werkgever had het dienstverband op staande voet beëindigd wegens vermeende gedragingen van [persoon A] die concurrentieel en financieel nadeel zouden veroorzaken. EuroCollege stelde dat [persoon A] studenten zou hebben benaderd om over te stappen naar een concurrerende school, wat een dringende reden voor ontslag zou vormen.
Tijdens de procedure heeft EuroCollege bewijs willen leveren door middel van getuigenverhoren, maar heeft zij deze niet doorgezet. Ook de schriftelijke bewijsstukken, waaronder opzeggingen van studenten en WhatsApp-berichten, boden onvoldoende grond om het dringende reden ontslag te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat de dringende reden niet was komen vast te staan en dat het ontslag op staande voet daarom vernietigd moest worden.
Daarnaast werd geoordeeld dat [persoon A] recht heeft op doorbetaling van loon vanaf september 2020 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst, ondanks de loonstop en het ontslag. De werkgever had onvoldoende zwaarwegende redenen om te eisen dat [persoon A] op locatie zou werken, mede gelet op Covid-19 klachten en adviezen. De loonvordering werd toegewezen inclusief wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 20%. Verzoeken tot ongedaan maken van meldingen bij derden en betaling van achterstallige betalingen aan derden werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. EuroCollege werd veroordeeld in de proceskosten.