Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 13 september 2019;
- het aanvullende verzoek met bijlagen van de vrouw van 18 december 2019;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 14 januari 2020;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, ingekomen op 30 juli 2020;
- het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad) van 3 december 2020;
- het bericht van de raad van 14 december 2020;
- het eindverslag van Horizon Rotterdams Omgangshuis van 28 april 2021;
- de berichten (met bijlagen) van de zijde van de vrouw van 10 december 2020 en 19 juli 2021;
- de berichten (met bijlagen) van de zijde van de man van 18 december 2020, 18 juni 2021 en 16 juli 2021.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .
2..De vaststaande feiten
3..De beoordeling
- de minderjarige verblijft twee dagen per week bij de man, in onderling overleg te bepalen;
- de minderjarige verblijft de helft van de vakanties en feestdagen bij de man.
4..De beslissing
- met ingang van de datum van deze beschikking verblijft de minderjarige eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 12:00 uur tot 17:00 uur bij de man, te beginnen op zaterdag 21 augustus 2021;
- na verloop van zes keer verblijft de minderjarige eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 10:00 uur tot 17:00 uur bij de man;
- na verloop van zes keer verblijft de minderjarige elke zaterdag van 10:00 uur tot 17:00 uur bij de man;
- gedurende de eerste zes maanden wordt de minderjarige gehaald en teruggebracht door de ouders van de man, tenzij partijen in onderling overleg afspreken dat een andere derde het halen en brengen zal verzorgen;