ECLI:NL:RBROT:2021:7777
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens motiveringsgebrek bij brutering terugvordering bijstandsuitkering
Eiseres ontving sinds 2000 een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een terugvordering wegens niet gemelde wijziging in het huishouden, namelijk het stoppen van haar meerderjarige zoon met zijn studie. Verweerder paste de kostendelersnorm toe en vorderde te veel ontvangen uitkering terug, verhoogd met loonbelasting en premies (brutering). Eiseres betwistte de hoogte van de terugvordering en de brutering en voerde aan dat er dringende redenen waren om van brutering af te zien.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omtrent de berekening van het bruteringbedrag, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. Desalniettemin was verweerder bevoegd tot brutering omdat de vordering niet buiten toedoen van eiseres was ontstaan en er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Ook de opgelegde boete werd gehandhaafd omdat de omstandigheden van eiseres en haar zoon niet voldeden aan de criteria voor dringende redenen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit gedeeltelijk vanwege het motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres. Het vonnis werd gewezen door rechter M. Zoethout op 9 augustus 2021.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, besluit deels vernietigd, rechtsgevolgen in stand gelaten, proceskosten en griffierecht vergoed.