ECLI:NL:RBROT:2021:7988
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtmatigheid en motivering van substantiële stijging toezichtkosten AFM 2019
De zaak betreft een beroep van een marktexploitant tegen een door de AFM opgelegde aanzienlijke verhoging van toezichtkosten over 2019. De AFM had het bedrag gebaseerd op nieuwe wet- en regelgeving die de verdeling van toezichtkosten aanpaste, mede door de gevolgen van de Brexit en nieuwe toezichttaken.
De eiseres stelde dat de verhoging disproportioneel was en dat het besluit en de regeling in strijd waren met hogere regelgeving en algemene bestuursrechtelijke beginselen zoals het verbod van willekeur en het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank voerde een exceptieve toetsing uit en concludeerde dat de wetgever en AFM voldoende motieven en zorgvuldigheid in acht hadden genomen bij de aanpassing van de tarieven.
De rechtbank erkende de substantiële stijging van 27,45% in toezichtkosten, maar achtte deze niet onredelijk of onvoorzienbaar gezien de toegenomen toezichttaken en de impact van Brexit. Ook werd vastgesteld dat de Brexitkosten niet volledig bij bestaande instellingen werden doorbelast, waardoor de verhoging evenwichtig was verdeeld.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de nieuwe tarieven en het bestreden besluit rechtmatig en zorgvuldig tot stand waren gekomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de substantiële stijging van toezichtkosten door de AFM in 2019 wordt ongegrond verklaard.