Art. 7:7 WvggzHR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9228HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0342HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:701Artikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken onafhankelijke psychiater
De officier van justitie verzocht op 19 juli 2021 om voortzetting van een op 17 juli 2021 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het verzoek werd mondeling behandeld op 20 juli 2021, waarbij betrokkene, diens advocaat, een arts van Antes en de officier werden gehoord via een beeld- en geluidverbinding.
Uit de medische verklaring bleek dat deze was opgesteld door een psychiater die tot eind 2020 betrokken was bij de behandeling van betrokkene. De officier erkende dat dit niet voldeed aan de eis van een onafhankelijke psychiater, maar voerde overmacht aan vanwege de onbeschikbaarheid van een onafhankelijke psychiater op het moment van de crisismaatregel.
De rechtbank oordeelde dat de Wvggz geen uitzondering op het vereiste van onafhankelijkheid toestaat en dat de psychiater niet als onafhankelijk kon worden beschouwd vanwege de recente behandelrelatie. Daarom verklaarde de rechtbank de officier niet ontvankelijk en wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onafhankelijke medische verklaring.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/622301 / FA RK 21-5495
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 juli 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene],
thans verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. H. van der Wal te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 juli 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 17 juli 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 17 juli 2021;
de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 17 juli 2021;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en
de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 juli 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2], arts, verbonden aan Antes; en
[naam 3], de officier.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de medische verklaring en uit de verklaring van de officier tijdens de mondelinge behandeling, blijkt dat de medische verklaring is opgesteld door een psychiater die tot eind 2020 betrokken is geweest bij de behandeling van betrokkene. De officier erkent dat dit niet in overeenstemming is met de bedoeling van de Wvggz, maar verklaart deze handelswijze doordat er op 17 juli geen onafhankelijke psychiater beschikbaar om betrokkene te beoordelen. De eerstvolgende dienstdoende psychiater bleek eerst de volgende dag betrokkene te kunnen beoordelen, waardoor betrokkene te lang verplichte zorg zou krijgen zonder te zijn beoordeeld. Aangezien de situatie dusdanig ernstig werd ingeschat, zodat de behandeling direct gestart diende te worden om ernstig nadeel te voorkomen en er geen alternatief voorhanden was, is in het kader van overmacht besloten om de medische verklaring voor afgifte van de crisismaatregel door de tot voor kort bij de behandeling betrokken psychiater op te laten stellen.
De rechtbank wijst in deze op het belang van een onafhankelijke psychiater die de beoordeling verricht. De psychiater die de medische verklaring afgeeft, mag op grond van de Wvggz niet korter dan één jaar geleden bij de behandeling betrokken zijn geweest. De psychiater moet “onbevangen en objectief” tot zijn oordeel te kunnen komen (HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9228). Naast de duur van de periode waarbinnen de psychiater betrokkene niet heeft behandeld, moet worden gekeken naar de duur en de intensiteit van de eerdere behandelrelatie (HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0342: en HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:701:). Dit laatste impliceert dat de duur ook langer kan zijn dan één jaar.
Gelet op de duur van de periode sinds het beëindigen van de behandelrelatie, maar ook gelet op het feit dat de psychiater als onderdeel van het VIP team actief betrokken is geweest bij de behandeling van betrokkene, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gesproken van een onafhankelijke psychiater die de beoordeling heeft verricht.
De rechtbank begrijpt dat er sprake is geweest van een situatie van overmacht, evenwel voorziet de Wvggz niet in een dergelijke uitzondering. Om die reden verklaart de rechtbank, met instemming van de advocaat, de officier niet ontvankelijk in zijn verzoek.
2.2.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
3..Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 20 juli 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van J. Loggen, griffier, en op 26 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.