Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2021 in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser, eigenaar van een perceel aan de [straatnaam] tussen Hofwijk en de komgrens van Rotterdam, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de 60 km/u-zone op dit weggedeelte in te trekken. Het primaire besluit dateert van 19 augustus 2019 en het bezwaar werd op 19 maart 2020 ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de omstandigheden die in 2013 tot de invoering van de 60 km/u-zone leidden nog steeds gelden en dat de verhoging naar 80 km/u onveilig is.
De rechtbank oordeelde dat eiser als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat het verkeersbesluit invloed heeft op zijn directe woonomgeving. De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan een ruime beoordelingsmarge heeft bij verkeersbesluiten en dat de rechter slechts toetst op strijdigheid met wettelijke voorschriften of een onredelijke belangenafweging.
De rechtbank vond dat het wegbeeld thans beter past bij een 80 km/u-weg dan een 60 km/u-weg, mede vanwege de inrichting zoals een vrijliggend fietspad en het ontbreken van voldoende snelheidremmende voorzieningen. Het enkel plaatsen van verkeersborden is onvoldoende om een 60 km/u-zone te realiseren. De stellingen van eiser over onveiligheid, stikstofuitstoot en waardedaling van zijn woning waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit tot intrekking van de 60 km/u-zone wordt ongegrond verklaard.