Uitspraak
200503545/1. Het dagelijks bestuur ziet zich voorts gesteund door het rapport van de DCMR Milieudienst Rijnmond van 25 augustus 2008, waarin is vastgesteld dat als gevolg van het aan het bestreden verkeersbesluit geen verslechtering van de luchtkwaliteit valt te verwachten.
200800464/1), komt het bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan het bestuursorgaan om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of de afweging van de betrokken belangen niet zodanig onevenwichtig is, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.
200804932/1) heeft de wet van 15 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) onmiddellijke werking. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat het Blk 2005 op het besluit op bezwaar van toepassing is. Nu uit artikel 5.16, tweede lid, van de Wm niet volgt dat voor het nemen van een verkeersbesluit een onderzoek naar de luchtkwaliteit is benodigd, is de rechtbank ten onrechte tot dit oordeel gekomen. Het betoog slaagt derhalve.