De werknemer is sinds 1992 in dienst en was directeur bij Beka Nederland B.V. Sinds maart 2020 is hij ziekgemeld. De werkgever stopte de loondoorbetaling vanaf oktober 2020 vanwege onvoldoende medewerking aan re-integratie, wat door het UWV werd bevestigd. Na hervatting van de re-integratie en een nieuwe ziekmelding in januari 2021, werd de loonbetaling opnieuw gestaakt.
De werknemer vorderde in kort geding de betaling van het loon vanaf oktober 2020, vermeerderd met wettelijke verhogingen en rente, en dwangsom bij niet-naleving. De werkgever stelde dat de loonstop op goede gronden was gebaseerd en verzocht afwijzing.
De kantonrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat de werknemer sinds april 2021 weer loon ontvangt en onvoldoende onderbouwing was gegeven waarom een bodemprocedure niet afgewacht kon worden. Tevens is het geschil over de loonstop en re-integratie complex en leent zich niet voor kort geding. De vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.