De rechtbank Rotterdam behandelde drie zaken waarin eiseres boetes kreeg opgelegd wegens het niet voorkomen van condensvorming op oppervlakken in haar slachterij, wat een overtreding is van de Wet dieren en Europese hygiënevoorschriften. De boetes zijn opgelegd na inspecties door de NVWA waarbij condensvorming werd geconstateerd boven vleesproducten en apparatuur, met risico op verontreiniging.
Eiseres voerde aan dat condensvorming nooit volledig te voorkomen is vanwege technische omstandigheden en dat zij een protocol hanteert om condens weg te moppen. Ook stelde zij dat de rapporten laat zijn opgesteld en dat zij onvoldoende gelegenheid had om tegenbewijs te leveren. De rechtbank oordeelde dat de toezichtrapporten voldoende duidelijk en betrouwbaar zijn, dat de overtredingen vaststaan en dat de boetes proportioneel zijn, mede vanwege recidive.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres, waaronder het ontbreken van cautie en de vermeende onredelijkheid van de boeteverhoging. De boetes van € 5.000 per overtreding werden bevestigd, waarbij de rechtbank ook een kennelijke verschrijving in een besluit passeerde. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.