ECLI:NL:RBROT:2021:8605
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en waardebepaling WOZ-appartement volgens vergelijkingsmethode
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement voor het belastingjaar 2019 en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld op €176.000,-. Hij voerde bezwaar in via zijn eigen DigiD, maar met een toelichting van een gemachtigde. Verweerder stuurde de uitspraak op bezwaar alleen aan eiser, niet aan diens gemachtigde. De rechtbank oordeelt dat dit een schending is van artikel 6:17 Awb Pro, omdat verweerder niet om een volmacht heeft gevraagd en daardoor de termijn voor beroep niet juist is gaan lopen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk omdat de uitspraak op bezwaar pas op 4 juni 2020 aan de gemachtigde is toegezonden, waarna de beroepstermijn correct is gestart. De inhoudelijke beoordeling richt zich op de vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarbij de vergelijkingsmethode is toegepast op verkoopcijfers van vergelijkbare woningen.
Eiser stelde dat het eigen aankoopcijfer niet bruikbaar was vanwege een veilingmethode, maar verweerder heeft dit cijfer niet gebruikt vanwege de afstand tot de waardepeildatum. De rechtbank acht de vergelijkingsobjecten passend en concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ontvankelijk verklaard maar ongegrond, en de WOZ-waarde van €176.000,- wordt gehandhaafd.