ECLI:NL:CRVB:2003:AN9715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid intrekking bijstandsuitkering en oplegging boete wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar gedaagde stelde op basis van onderzoek vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner. Dit leidde tot een blokkering en intrekking van de uitkering over een bepaalde periode. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door de rechtbank en de Raad ongegrond verklaard, behalve het besluit over de boete.
De Raad oordeelde dat de blokkering als een besluit moet worden gezien en dat de beroepstermijn pas aanvangt bij correcte bekendmaking aan de gemachtigde. Omdat het besluit van 9 februari 1999 niet aan de gemachtigde was toegezonden, was het beroep tijdig. De intrekking van de bijstand was terecht, omdat er een gegrond vermoeden bestond van gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg.
Verder werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht niet was nagekomen, wat leidde tot een boete. De Raad stelde de boete vast op € 264,--, gebaseerd op het nieuwe Boetebesluit sociale zekerheidswetten, en vernietigde het eerdere besluit dat een hogere boete oplegde. Ook werden proceskosten toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd, boete verlaagd naar € 264,-- en proceskosten toegewezen aan appellante.