ECLI:NL:RBROT:2021:8606
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onduidelijkheid bezwaarclausule en proceskostenvergoeding
Opposante maakte bezwaar tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat door de rechtbank op 9 november 2020 ongegrond werd verklaard zonder zitting. Opposante stelde in verzet dat de rechtbank ten onrechte geen zitting hield en dat in het bestreden besluit een bezwaarclausule was opgenomen die haar op het verkeerde been zette, waardoor zij proceskosten moest maken.
De rechtbank beoordeelde dat de brief van 19 november 2019, waarop het bezwaar was gebaseerd, geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep hierop van toepassing was. Opposante voerde in verzet nieuwe gronden aan die niet eerder waren ingebracht, maar deze leidden niet tot twijfel over de eerdere uitspraak.
Wel oordeelde de rechtbank dat de bezwaarclausule in het bestreden besluit tot twijfel leidde over de proceskostenvergoeding. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het onderzoek hervat. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van opposante ter hoogte van €374,-.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €374,-.