Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
2..De standpunten
€ 698,- en aan Zilveren Kruis van € 385,-.
3..De beoordeling
4..De beslissing
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 september 2021. [1]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 30 augustus 2021 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht de regeling te beëindigen omdat de schuldenaar niet had voldaan aan zijn afdrachtverplichting en nieuwe schulden had laten ontstaan.
De rechtbank overwoog dat de schuldenaar gedurende de regeling overlast veroorzaakte, waaronder grensoverschrijdend taalgebruik, geluidsoverlast en het gebruik van de woning als illegale seksinrichting, hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld in een eerder vonnis dat in kracht van gewijsde was gegaan. Tevens had de schuldenaar een laatste-kans overeenkomst getekend om zijn gedrag te verbeteren, maar dit niet nageleefd. De bewindvoerder was niet op de hoogte gesteld van deze overeenkomst.
De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar een bovenmatige nieuwe schuld van € 2.288,09 aan de verhuurder had laten ontstaan, wat verwijtbaar was. Dit, in combinatie met het niet naleven van informatieplicht en gedragsverplichtingen, leidde tot het oordeel dat de schuldsaneringsregeling niet langer kon voortduren. De rechtbank beëindigde daarom de regeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro d Faillissementswet.
Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 2.832,37 en constateerde dat er geen baten beschikbaar waren om vorderingen te voldoen. Er is geen sprake van een faillissement van rechtswege na deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens het ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden en niet-naleving van verplichtingen.