Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 februari 2021 in de zaak tussen
[naam verzoeker] en [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekers], verzoekers(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),
(gemachtigde: mr. J.F. Jim).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers ontvangen een bijstandsuitkering en wonen samen met hun meerderjarige zoon en dochter. De zoon telt al mee als kostendeler, waardoor de uitkering is verlaagd. De dochter is gestopt met haar studie en verweerder heeft de kostendelersnorm toegepast, waardoor de uitkering verder werd verlaagd.
Verzoekers betwisten deze verlaging omdat hun dochter momenteel niet kan bijdragen aan de woonlasten. De voorzieningenrechter beoordeelt eerst het spoedeisend belang en constateert dat dit aanwezig is vanwege de verlaging onder 90% van de bijstandsnorm.
Inhoudelijk oordeelt de voorzieningenrechter dat de kostendelersnorm dwingend is en alleen in zeer bijzondere situaties kan worden afgeweken. Verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in een dergelijke situatie verkeren. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Bouter op 8 februari 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt afgewezen.