Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
2..De standpunten
De beoordeling
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 september 2021 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar uitgesproken. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht de regeling te beëindigen omdat schuldenaar niet voldeed aan zijn informatie- en sollicitatieverplichtingen en vermoedelijk permanent naar Turkije was vertrokken.
Tijdens de zitting op 3 september 2021 waren de bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder gehoord, maar schuldenaar was niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping. De bewindvoerder verklaarde dat schuldenaar niet reageerde op pogingen tot contact, terwijl de beschermingsbewindvoerder meldde dat schuldenaar had bevestigd niet terug te keren naar Nederland.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, waaronder het niet solliciteren sinds 1 maart 2021 en het zonder toestemming vertrekken naar Turkije. Van een saneringsgezinde houding was geen sprake. Daarom werd de regeling beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro e van de Faillissementswet.
Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast tot maximaal €2.274,96 en constateerde dat er geen baten zijn om vorderingen te voldoen, zodat geen sprake is van faillissement van rechtswege na kracht van gewijsde.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van schuldenaar wordt tussentijds beëindigd wegens niet nakomen verplichtingen en vertrek naar Turkije.