ECLI:NL:RBROT:2021:9235
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor vangletsel bij kuikens in pluimveeslachterij bevestigd
Eiseres kreeg een boete van €1.500 opgelegd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren, specifiek het veroorzaken van onnodig lijden door vangletsel bij kuikens. Het boetebesluit werd bevestigd na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank beoordeelde het rapport van een toezichthoudende dierenarts van de NVWA, die bij een controle in een pluimveeslachterij een vangletseltelling uitvoerde. Hierbij werd vastgesteld dat gemiddeld 2,6% van de kuikens ernstige tot zeer ernstige bloedingen vertoonde die volgens deskundigen tijdens het vangen waren ontstaan. Eiseres voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, onder meer vanwege de steekproefmethode, de toepasselijkheid van de Transportverordening en de ouderdomsbepaling van de letsels.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan de bewijslast droeg en dat de onschuldpresumptie geldt, maar dat bewijsvermoedens en het toezichtrapport voldoende waren om de overtreding vast te stellen. De steekproef en de methode van vangletseltelling werden als deugdelijk beoordeeld, mede ondersteund door jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De rechtbank concludeerde dat het letsel niet tijdens transport of slachtproces was ontstaan en dat eiseres als houder verantwoordelijk is voor de vangwijze, ook als zij een extern bedrijf inschakelt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete wegens vangletsel bij kuikens wordt ongegrond verklaard.