ECLI:NL:RBROT:2021:9283
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring wegens ontbreken maatschappelijke regiobinding
Eiseres diende een aanvraag in voor een voorrangsverklaring bij de gemeente Zwijndrecht vanwege psychische en sociale problemen, met het verzoek om voorrang bij de toewijzing van een huurwoning. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het vereiste van maatschappelijke regiobinding zoals opgenomen in de Huisvestingsverordening, aangezien zij niet minimaal twee jaar onafgebroken ingezetene was van de regio.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk een sociaal netwerk had opgebouwd in Zwijndrecht en dat zij op medische gronden en vanwege het belang van haar minderjarige kind een vrijstelling van de regiobinding zou moeten krijgen. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn beoordelingsvrijheid terecht had uitgeoefend en dat er geen aanleiding was voor toepassing van de vrijstellingsbevoegdheid of de hardheidsclausule, mede gelet op de grote schaarste aan sociale woningen in de regio.
Daarnaast werd het betoog van eiseres dat het besluit in strijd zou zijn met Europese verdragsbepalingen verworpen, omdat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de belangen van het minderjarige kind. Het beroep werd ongegrond verklaard en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten omdat partijen geen gebruik maakten van hun recht om te worden gehoord.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van maatschappelijke regiobinding.