ECLI:NL:RBROT:2021:9298

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 september 2021
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
18-100 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354 FwArt. 358 FwArt. 350 lid 1 en 3 sub a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening schone lei na schuldsaneringsregeling ondanks tekortkoming sollicitatieplicht

De rechtbank Rotterdam behandelde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares en haar partner, die beiden gehuwd zijn in gemeenschap van goederen en tekortschoten in hun sollicitatieverplichting. De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenares zes maanden en haar partner twaalf maanden onvoldoende aanvullend hadden gesolliciteerd. De rechter-commissaris stelde hen in de gelegenheid deze tekortkoming financieel te compenseren, wat zij deden door een bedrag van € 2.128,94 aan de boedel te betalen.

Tijdens het verhoor verklaarde schuldenares dat zij en haar partner zijn aangemeld als gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire, maar dat de Belastingdienst dit nog niet schriftelijk heeft bevestigd. De rechtbank oordeelde dat door de financiële compensatie geen toerekenbare tekortkoming meer bestond en dat schuldenares voldoende inzicht toonde in de gevolgen van beëindiging van de regeling met schone lei.

De rechtbank besloot de schone lei te verlenen, waarbij de schuldsaneringsregeling formeel eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld. De verdere afwikkeling hangt af van de definitieve status van schuldenares en haar partner als toeslaggedupeerden en de betaling door de Belastingdienst.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei aan schuldenares na compensatie van tekortkomingen in de sollicitatieplicht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 september 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 13 maart 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: M. Zomerdijk.

1..De procedure

Op 13 april 2021 heeft de bewindvoerder haar eindverslag uitgebracht, naar aanleiding waarvan op 2 augustus 2021 een verhoor heeft plaatsgevonden door de rechter-commissaris.
Vervolgens heeft de bewindvoerder op 5 augustus 2021, 13 augustus 2021 en 25 augustus 2021 de laatste stand van zaken aan de rechter-commissaris toegezonden.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting (pro forma). De uitspraak is bepaald op heden.

2..De standpunten

In het eindverslag heeft de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat schuldenares en haar partner (beide in de schuldsaneringsregeling, gehuwd in gemeenschap van goederen) zijn tekortgeschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting. Schuldenares heeft in totaal zes maanden niet voldoende aanvullend gesolliciteerd. De partner van schuldenares heeft in totaal twaalf maanden niet voldoende aanvullend gesolliciteerd.
Tijdens het verhoor van 2 augustus 2021 heeft de rechter-commissaris besloten om schuldenares en haar partner in de gelegenheid te stellen om de tekortkoming in de sollicitatieverplichting financieel te compenseren.
Uit de berichtgevingen van de bewindvoerder van 5 augustus en 13 augustus 2021 en het advies van de rechter-commissaris vloeit voort dat de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting dient te worden gecompenseerd door betaling aan de boedel van een bedrag van € 2.128,94 (hoofdelijke aansprakelijkheid schuldenares en haar partner). De beschermingsbewindvoerder heeft aan de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat er voldoende geld op de beheerrekening van schuldenares en haar partner beschikbaar is om dit bedrag te voldoen aan de boedel. Op grond van het voornoemde heeft de rechter-commissaris de rechtbank positief geadviseerd over verlening van de schone lei aan schuldenares.
Bij e-mailbericht van 25 augustus 2021 heeft de bewindvoerder bericht dat het bedrag van
€ 2.128,94 inmiddels op de boedelrekening is gestort.
Tijdens het verhoor heeft schuldenares verklaard dat zij en haar partner zijn aangemeld als gedupeerden van de toeslagenaffaire, maar dat nog niet duidelijk is of zij door de Belastingdienst als gedupeerden zullen worden aangemerkt. Voorts heeft schuldenares te kennen gegeven dat de terugvordering van de kinderopvangtoeslag mogelijk terecht is geweest.
Ook heeft schuldenares bevestigd dat zij begrijpt dat als de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van een schone lei, zij niet het voordeel geniet van een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw), namelijk dat zij binnen tien jaar na beëindiging van de schuldsaneringsregeling opnieuw een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling kan doen. Schuldenares heeft verklaard dat zij toch graag voor een schone lei in aanmerking wenst te komen.

3..De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares, door de financiële compensatie van de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting, niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.
Indien de Belastingdienst te zijner tijd zou beslissen dat schuldenares en haar partner als gedupeerden wordt aangemerkt, heeft dit in beginsel tot gevolg dat de Belastingdienst de geverifieerde schulden van schuldenares en haar partner en de kosten van de schuldsaneringsregeling zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021, zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken).
Ten tijde van het wijzen van het vonnis heeft de Belastingdienst nog niet schriftelijk bevestigd dat schuldenares als gedupeerde wordt aangemerkt en zijn de schulden nog niet betaald, zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw (nog) geen sprake is.
Nu geen sprake is van (toerekenbare) tekortkomingen in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, schuldenares blijk heeft gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds geruime tijd is verstreken, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De verificatievergadering heeft inmiddels plaatsgevonden op 23 juni 2020. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra duidelijkheid is verkregen van de Belastingdienst. Indien de Belastingdienst schuldenares en haar partner aanmerkt als gedupeerden, zullen de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling van schuldenares in beginsel door de Belastingdienst worden voldaan. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen, dan zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Indien schuldenares en haar partner door de Belastingdienst niet als gedupeerden wordt aangemerkt, zal de bewindvoerder tot verdere afwikkeling van de schuldsaneringsregeling overgaan door het gespaarde boedelsaldo, na betaling van de boedelkosten, te verdelen onder de geverifieerde schuldeisers. Dit is tijdens het verhoor met schuldenares en haar partner besproken.

4..De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 13 maart 2021;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 1.979,25 per schuldenaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.