In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder de ontruiming van de gehuurde woonruimte en betaling van een huurachterstand van €6.850,-, vermeerderd met wettelijke rente en maandelijkse huurpenningen na oktober 2022. De huurder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder een huurachterstand heeft van meer dan zes maanden, wat naar verwachting in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal leiden. Gezien het spoedeisend belang van de verhuurder wordt de vordering toegewezen en wordt verstek verleend tegen de huurder.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de wettelijke rente en de maandelijkse huur tot de dag van ontruiming. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.